Gong Xi Fa Cai

Boodschappen doen hier heeft vaak iets weg van een antropologische excursie. Er is net een nieuwe voorraad Doerian uitgeladen. Een buitengewoon merkwaardig stuk fruit dat nogal veel vraagt van de reuk- en smaakpapillen. “Met het eten ervan offer je je zelfrespect op”, schreef de 19e eeuwse Amerikaanse journalist Bayard Taylor. De Franse naturalist Henri Mouhot was een stuk minder subtiel: “toen ik het voor het eerst proefde deed het me denken aan het vlees van een dier in verregaande staat van ontbinding”. Zelf houd ik het op vol gekotste zweetsokken. Singaporezen zijn er dol op, al staat er vanwege die geur een forse boete op het meenemen van de delicatesse in het openbaar vervoer.

Terwijl ik mijn een weg baan tussen de enorme bakken, observeer ik een piepklein tanig vrouwtje, dat ik 113 jaar oud schat. In luidruchtig Hokkien (of is het Teochew?) vuurt ze vragen af op de winkelmedewerker die toevallig naast de aanbieding van de week staat: een grote glazen bassin met levende kikkers. Ze zijn wat je je voorstelt bij een “kus me, en ik verander in een prins” kikkers: groot en helder groen kijken ze met hun uitpuilende ogen hoe deze mensen recepten voor “claypot frog” uitwisselen en vergelijken welke lichaamsdeeltjes het sappigst zijn en of wokken, of juist braden betere resultaten geven.
 
Ietsje verder staat het bassin waarin levende alen over elkaar heen glijden, naast de bak met zeekomkommers. (Trouwens, herhaal niet mijn fout door dat gerecht in de lokale horeca te bestellen, denkend dat je een vegetarisch delicatesse krijgt voorgeschoteld. De arme beestjes zien er uit als de onfortuinlijke liefdesbaby’s van rauwe gevulde ingewanden en gigantische wormen). Serveersuggesties en sausjes staan behulpzaam uitgestald naast de bakken.

En net als je denkt dat het voedsel niet exotischer dan dat kan worden, staat Chinees Nieuwjaar voor de deur. Er is een gigantische hoeveelheid van zeer specifieke gerechten, die hun weg naar het feestmenu vindt doordat de buitensporig bijgelovige Chinezen ze “auspicious” vinden. En de determinerende factor is taal. Omdat het Chinese word voor “vis” hetzelfde klinkt als “overvloed” staat het op tafel. Hetzelfde geldt voor mandarijntjes: ze staan voor voorspoed en geluk omdat de Chinese karakters klinken als “geluk” en daarbij zijn ze oranje, wat het dichtstbij de kleur goud staat.

Het allesoverheersende bijgeloof dat hoe iets klinkt gelijk staat aan het eigen lot, gaf ons trouwens een fijne onderhandelingspositie toen we ooit over de huur moesten onderhandelen. Het vooruitzicht in een appartement met nummer 04-04 te moeten wonen, maakte potentiele huurders zeer nerveus. Nummer 4 representeert de dood, en niemand zou bij zijn volle verstand in de dubbele dood gaan wonen, toch? Een prima uitgangspositie voor een gesprek met de eigenaar. En ja hoor, we zijn er nog.

Maar het allerfijnste aan Chinees Nieuwjaar is dat ik een tweede kans krijg om me aan mijn Nieuwjaarsvoornemens te gaan houden die helaas alweer gesneuveld zijn. “Droge Januari” duurde mij twee weken voor ik voor de bijl ging voor een glas witte wijn. (Ok, het was meer een fles) en mijn vaste plan om voortaan mijn gezonde lunch mee te nemen was van de baan toen ik me versliep en me vergreep aan een gigantische vette kantinehap. Vandaag, zondag, maak ik een enorme bak gezonde quinoa salade, om de komende dagen mee te nemen. En dan drink ik een klein glaasje terwijl ik al het snijwerk doe. Het is tenslotte net Nieuwjaarsavond!