Basisbal

Dingen die ik tijdelijk heb gekund, ooit in mijn leven:

- Op mijn handen staan
- Op mijn hoofd staan
- Op een galopperend paard staan
- Piano spelen
- Een (eigen) teen in mijn mond stoppen
- Maat 36 dragen
- Inverse goniometrische functies maken. Uiteraard alleen mogelijk door beperkingen te hanteren; arcsin, -cos, en –tan, u weet wel
- Heel lang touwtje springen
- Meer dan twee bier drinken
- Schaken

Dat schaken leerde ik in de twee jaar dat ik –vrij toevallig- in Nederland in groep 7 en 8 zat. Ik was niet zo gewend aan klassen en zoals bij waarschijnlijk elk kind dat nieuw op een school komt, duurde het even voordat ik mijn draai had gevonden in dit antropologisch fenomeen. Ik geloof wel dat deze bepaalde school een eerlijke afspiegeling van de couleur locale toonde. Er zaten wat leuke bruine kindjes in mijn klas, een meisje dat haar moeder (terug)sloeg, en ook waren er veel jongetjes met lamswollen truitjes en poloshirts daaronder. Jongetjes die op de basisschool al vrij ballerig praatten, en op tennis en hockey zaten. Met één van hen kwam ik terecht in een schaakklasje. Het zal het begin van het schooljaar geweest zijn, ik was nieuw en Lennart was wat ik nu het alfamannetje zou noemen. Mijn moeder onderging in die tijd een aantal zware oogoperaties, en één van de eerste middagen van dit gemoedelijke naschoolse activiteitje kregen hij en ik een beetje mot. Er werd wat over en weer gekat, dat ging van kwaad tot erger, en toen vielen de woorden “schele moeder”...

De keren dat ik blind van woede ben geraakt in mijn leven zijn op twee vingers te tellen en van de tweede keer kan ik gelukkig zeggen dat er een gepast aantal meters afstand bleef tussen mij en de tegenstander, maar deze eerste keer was er geen houden aan. Ik vloog door de ruimte met het eerste wat ik in handen kon krijgen, namelijk het schaakbord, en voordat de brave bebaarde schaakmees kans zag zich ertussen te werpen had ik Lennart, die met zijn rug naar me toe zat, bovenop zijn hoofd gemept met wat wel een heel flimsy plaatje hout moest zijn. Het brak namelijk meteen in tweeën, en Lennart hoefde echt niet naar de Eerste Hulp of zo. Wel ging hij huilen, en ik ook, en nadat de obligate verontschuldigingen gepleegd waren, werden we voor de rest van onze lagere schooltijd eigenlijk heel goede vrienden. Ik kom hem tegen op alle foto’s van mijn verjaardagen destijds.

Nostalgie; aangezwengeld door foto’s van kindjes met kerstmutsen in de klas – de jongste nog maar even aan het kleuteren. Dan is het voorbij.

Tomatensaus met tranen – nee hoor, nu stop ik. Saus die altijd goed gaat met ballen. Vegaballen dit keer!

Hoeveelheden voor een flinke ook in te vriezen voorraad; voor één avond eten met 2 volwassenen en 2 kinderen zou ik halveren.

3 pakken vegaballetjes
2 blikken gepelde tomaten
1 grote ui, gesnipperd
3 tenen knoflook, in zeer dunne plakjes
3 theelepels gemalen venkelzaad
2 theelepels paprikapoeder. Hete, als je er mee weg denkt te komen.
1 bouillonblokje
olijfolie om te bakken

Verhit in een braad- of hapjespan twee eetlepels olijfolie. Fruit de ui op laag vuur in ongeveer 7 minuten zacht. Voeg de knoflook toe en bak nog 3 minuten. Voeg venkelzaad en paprikapoeder toe en roer een minuutje door. Blikken tomaat erbij, tomaten kapot maken met een spatel, bouillonblokje erin, deksel erop en 20 minuten zachtjes laten pruttelen, af en toe roeren. Intussen de balletjes in een koekenpan bakken volgens aanwijzing. Na die 20 minuten bij de saus in de pan en nog even laten trekken. Lekker met rijst, pita’s pasta, peulvruchten, you know.