Singapore calling Delhi (1)

Lieve Marte,

Sinds een paar weken zijn we op zoek naar een geschikte school. Dat is geen sinecure. Uiteindelijk zijn we gezwicht voor Miss Fong: “Nou, als u het dan u per se niet wilt zullen we uw kind niet slaan.” Ze vond mijn verzoek duidelijk ronduit exotisch. Ook geen mild spank? probeerde ze nog. Nee, ook geen mild spank.

Het was de zesde school die ik bezocht en ik had nog niets naar mijn zin gevonden. Googelen op het vertaalde “kinderdagverblijf” leverde niets op, omdat al snel bleek dat ook kinderen van 2 en jonger hier naar school gaan. Pre-school.

“De kinderen krijgen, zes dagen per week, 1 uur wiskunde, 1 uur Introductie in Wetenschap, 1 uur Engels en2 uur per dag Mandarijn,” vertelde de directeur van Learning Vision. Glimlachend informeerde Hans naar het laatste: “U bedoelt zeker spelenderwijs? Chinese liedjes zingen enzo?” Verontwaardigd wees de directeur erop dat het om het kerncurriculum ging, deed ons de principes van probleemgestuurd onderwijs uit de doeken en benadrukte dat het serieuze klassikale lessen waren.

Bij de Little Mindchamps – de eerste school die we bezochten - bestond de begroeting uit een soort pistool dat klikkend op onze voorhoofden werd gezet: het temperaturen van het bezoek – iets wat overigens later overal gebruikelijk bleek te zijn, wegens aanhoudende epidemieën van Mond- en Klauwzeer die gretig woekeren in de kinderparadijsjes. Nadat we onszelf vervolgens grondig ontsmet hadden met desinfecterende middelen mochten we de steriele ruimte in een enorm kantoorpark betreden, vol met baby’s en kinderen in schattige uniformpjes.

Terwijl ik langs de muur met Mission Statements, en Core Values werd geloodst vroeg ik me af hoe ze dit onze kleine chocoprins gingen bijbrengen. “I am a high order thinker”, voor een kind dat ik al niet uitgelegd krijg dat een onderbroek niet op zijn hoofd hoort, “ I am compassionate” , terwijl Galen er lustig op los timmert als een ander kindje zijn speelgoed pakt, “I am ethical”, voor een jochie dat er geen moeite mee heeft het speelautootje van de buurjongen satanisch grijnzend vol te pissen.

Ik staarde naar het weekrooster en informeerde of de kindjes geen middagslaapje deden. Stralend wees de geüniformeerde lerares me op de sectie op het dagschema waar ik kennelijk overheen had gekeken en waar ik onbedaarlijk van in de lach schoot: “rejuvenation time”. Het idee dat kinderen van een, twee en drie moesten “verjongen” amuseerde me behoorlijk, maar mijn lach werd opgevat als een aanmoediging uit te weiden over de hogere filosofie van deze school, die bepaald megalomaan te noemen is.

De Chinese moeder die op me afkwam bij de Safari Preschool was ronduit lyrisch. “Sinds mijn kind hier naar school gaat, is ze zoveel beter Chinees en Engels gaan schrijven. Daarvoor bakte ze er niets van!” zei ze. Ik informeerde naar de leeftijd van haar oogappeltje. “Al drie”, antwoordde ze en vertelde me hoe schandalig laks de vorige school was geweest. En dat die op zaterdag niet eens het volle programma aanbood.

Galen, die wat hangerig werd tijdens ons bezoek aan Learning Vision, kreeg een enorme sneer van de directeur. “Sta recht, niet hangen, mond dicht, je bent onbeleefd”, beet ze hem toe. Ik wilde haar net zeggen dat ik dat vrij onprettig vond, toen ze me een vuistdikke brochure met Academische prestaties van de peuter en kleutergroep in de hand drukte. Die moest ik maar bestuderen en dat zou me meteen overtuigen. We vertrokken.

In deze context is het fenomeen tijgermoeder beter te begrijpen. Kinderen moeten op piepjonge leeftijd al examens doen. De psychiater van een vriendin, die met zorgen over haar zoon de man consulteerde, vertrouwde haar toe dat “bijna alle” Singaporese kinderen van tien jaar Ritalin, of andere medicatie krijgen, inclusief zijn eigen zoontje. Niet vanwege gedragsproblemen, maar om de academische prestaties te vergroten. Het is dus even wennen, na de Utrechtse lieverds van De Kleine Wereld, waar Galen spelenderwijs mocht leren wat er voor hem te leren viel, naar een systeem waar veel kinderen zes dagen per week van zeven tot zeven onder de pannen zijn op school. Het was dus lang zoeken naar een plek.

“Tja, om voor ons onduidelijke redenen zijn er westerse ouders die niet eens hun kind op zaterdag willen sturen. En er zijn zelfs ouders, die niet eens volle dagen willen. Maar goed, wij moeten mee in de internationalisering, dus we zijn als school wat flexibeler aan het worden. We zijn al helemaal opgehouden dezelfde eisen te stellen aan expatkinderen als het gaat om Mandarijn, want westerse ouders schijnen daar weinig waarde aan te hechten. We begrijpen het niet, maar hebben het geaccepteerd.” Miss Fong was een oase van redelijkheid na eerdergenoemde ervaringen. Ze liet ons het sympathieke schooltje zien en we maakten kennis met de lieve Miss Ang, waar Galen bij in de klas zou kunnen komen, en Miss Ng, de lerares Chinees die al even weinig Engels spreekt als wij Mandarijn.

Hoewel Miss Fong trots vertelde dat de schoolinspectie die vorige week onaangekondigd langskwam, vooral onder de indruk was van het feit dat de kinderen keurig in het gelid naar buiten marcheerden (zijzelf zou niet misstaan in het Noord-Koreaans opperbevel), en er een hardnekkig gerucht gaat dat ze kinderen dreigt oren af te knippen en spinnen te voeren als ze niet luisteren en stilzitten, besloten we Galen toch in te schrijven. Op proef, dat wel.

Vorige week is Galen een paar uurtjes geweest. Toen ik hem ophaalde vroeg hij: “Heb ik nou Engels of Chinees geleerd vandaag?” Vanochtend dikke tranen omdat hij niet wilde. Hij begrijpt nog niemand, het gupje. En terwijl ik zichtbaar tegen mijn eigen tranen vecht, grist Miss Fong Galen uit mijn armen. “You go”, zegt ze beslist. “Stop crying, Galen.”

Het is nog even wennen.

Liefs,

Roosmarijn

Delhi calling Singapore (2)

Dag Roos!

Het eerste dat mij tot mijn schaamte te binnen schoot bij het lezen van je verhaal isdat deze rücksichtsloze methode misschien wel geschikt zou zijn voor onze bijna vierjarige Bobbie. Niet natuurlijk, en al evenmin voor ons, haar minstens zo teerhartige ouders, maar de gedachte dat een ijzeren hand haar roestvrij stalen wil misschien wat zou kunnen buigen - een heel klein beetje maar - heeft iets verleidelijks. En dan vooral het gedeelte dat ik het niet zelf hoef te doen. Want dat is iets wat westerse ouders maar ingewikkeld lijken te vinden: het hun kind moeilijk maken. Ongemak verdragen, frustratie verduren, de kleine en grote pijn van het bestaan in het gezicht kijken. Liever niet, en al helemaal niet voor onze kinderen.

Ik schreef er laatst een stuk over naar aanleiding van twee boeken over opvoeden, een geschreven door een Koreaanse professor en een door twee Nederlanders die onderzoek doen naar prestatie en motivatie van jongeren. Samengevat kwam het er op neer dat de Koreaanse prof de Koreaanse jeugd oproept toch vooral lekker te lummelen en hun tijgermoeder als state enemy number one te beschouwen. De Nederlandse schrijvers doen in hun boek een poging om Nederlandse ouders die lijden aan het als-ze-maar-gelukkig-zijn-syndroom ervan te doordringen dat excellentie geen enge ziekte is en dat een vleugje boot camp in de opvoeding geen kwaad kan.

Tijgeren versus polderen - ik voel een rode draad aankomen, maar laten we niet op de zaken vooruit lopen.

Ook India staat bekend om de hoge eisen die worden gesteld aan kinderen op school. Tijdens de zomervakantie zitten schoolkinderen elke dag een paar uur aan hun huiswerk en krijgen ze bijna allemaal standaard bijles. Maar er is nog iets anders aan de hand. Zo worden de meeste Indiase kinderen tot op hoge leeftijd - vijf, soms zelfs acht - nog gevoerd door hun ouders of nanny. En op de vraag of hoe laat hun kinderen gaan slapen wordt gereageerd alsof het om een natuurlijke fenomeen gaat waar geen controle over kan worden uitgeoefend. Alsof je vraagt hoe vaak iemand het laat regenen op een dag.

Gedrild worden op school en thuis een keizer. Kan. Hoe die twee tegengestelde krachten zich tot elkaar verhouden heb ik nog niet kunnen doorgronden.

Ik vermoed dat het verwenaspect z’n wortels heeft in het feit dat het in India heel normaal is dat je mensen dingen voor je laat doen. Op de pre-school waar we onze blonde keizerin naartoe brengen loopt bijvoorbeeld altijd een roedel didi’s rond - didi betekent zuster in het Hindi. Een soort klassenassistenten die redderen met potten verf en natgepieste onderbroeken. Soms zie ik wel eens een kindje rondlopen met haar schoenen in haar hand, op zoek naar een didi. Eenmaal gevonden zakt de didi door de knieën met een vanzelfsprekendheid waarvan de rillingen me over de rug lopen. Het kind, soms dat van mij, laat zich gewillig de schoenen aantrekken - voetje slap, blik op oneindig - en loopt vervolgens weg zonder de didi een blik waardig te gunnen. Nu is onbeleefdheid een gave van de jeugd, en dan vooral van de jeugd onder de zeven. Maar door alle historische en sociaal-maatschappelijke connotaties die er voor mij aan kleven vind ik een hoogste ongemakkelijk tafereel. Het Witte Schuldgevoel noem jij dat volgens mij. Ook een weg die we nog moeten inslaan.

Bobbie haar pre-school, die heel toepasselijk Little Senators heet, is ook verder exemplarisch voor die paradox van pamperen en drillen. Behoorlijk schools voor kinderen van drie, maar toegefelijk jegens kleuters die zich trappend laten afleveren bij school. De onze dus. Wat ermee te maken zou kunnen hebben is dat het schooltje in een wijk met veel ambassades ligt en de populatie dus behoorlijk internationaal is. Dat zou kunnen verklaren waarom leraren dit soort gedrag tolereren. Stiekem denk ik eigenlijk dat die leraren zelf het idee hebben het gedrag van de ouders te tolereren. Ze blijven maar benadrukken dat Bobbie just fine is zodra wij het toneel verlaten hebben. Deden de crècheleidsters op het Amsterdamse kinderdagverblijf ook. Maar daar zat het hele lokaaltje ’s ochtends vol met voorlezende ouders. Nu zijn wij de enige die onze te forse billen in een schoolbankje klemmen om met ons bloedje nog een boekje te lezen in de hoop het naderende afscheid ietwat te verzachten. De rest van de ouders - Noors, Chinees en Pools - levert hun grut zonder een kick af bij de deur en gaat rechtstreeks door naar de tennisbaan.

Al was er een paar maanden terug een Chinees jongetje dat onbedaarlijk snikkend door de vertrekken van de school dwaalde met in zijn kielzog een didi die de ene kansloze troostpoging na de andere ondernam. Ik volgde het drama op de voet omdat Bobbie aan het wennen was en ik nog braaf met een boek op de trappen van de school zat te wachten.

Na een paar weken was daar opeens de hele familie van het ontroostbare Chineesje. Papa, mama, grootmoeder, tante. Ze darden wat hulpeloos om het jongetje heen terwijl ze verontschuldigende lachjes rondstrooiden. Ik vond het aandoenlijk. Tot ik bedacht dat het kind een paar weken lang dagelijks uren had moeten huilen om zijn ouders zo ver te krijgen. Maak ik het mijn kind toch een stuk makkelijker.

Liefs, Marte

Marte Kaan

In 2012 I founded Nomad Expat Coaching & Counseling (www.nomadexpatcoaching.com). I work mainly with expat clients, online and face to face, mostly with techniques derived from Cognitive Behavioral Therapy and Acceptance and Commitment Therapy and sometimes more experiential methods like focussing. Besides working as a psychologist I write essays and short stories. Currently I am working on my first novel. https://martekaan.wordpress.com

Singapore calling Delhi (3)

Hee lieve Marte,

Dat huilende Chineesje had hier zeker een bij wet geregelde mep gekregen, want de suggesties dat het draait om dat ene kind is hier potsierlijk. De hele denkfout die wij maken is dat het kind een eigen wil heeft. Laat staan dat het serieus moet worden genomen. Sla de cultuurgoeroes Trompenaars of Hofstede er maar op na: Collectivisme, in tegenstelling tot het Westers hoog gewaardeerde Individualisme, is een kernwaarde. En hier in Singapore betekent dat dus ook je beste beentje voorzetten, voor Familie, Volk & Vaderland (zeker als dat Vaderland pas 47 jaar is.) Dus moet er al vroeg gesleuteld aan het snappertje van het kroost. Waar overigens, ondanks schaamteloze overheidsgestuurde en gesubsidieerde eugenetisch-ideologische fokcampagnes (wat te denken van Love Boat cruises voor hoogopgeleide singles?), te weinig van is.

Laat ik het conflict demonstreren met deze alledaagse culture-clash. Miss Ang belde. Het was tijd voor onze parent-teacher meeting, en er waren wat zorgen omtrent de ontwikkeling van Galen. Ik schrok me de pleuris. Was het ventje ongelukkig? Brak de taalbarrière hem op? Werd hij gepest? Op vrijdag kreeg ik een kloek rapport mee, qua omvang die van een willekeurige Tolstoj, ter voorbereiding op het gesprek op maandag. Ik dronk mijzelf alvast een glaasje moed in, en een tweede voor de geanticipeerde schrik en zette mij aan het lezen. Binnen twee minuten zat ik verbijsterd, en schaterend door de eindeloze rij toetsen te bladeren.

Tijdens het gesprek deed ik mijn best om de aanhoudend fronsende Miss Ang te evenaren in serieusheid. Over hoe Galen nauwelijks zelfstandig instructies kon volgen, in het Mandarijn. Over hoe hij nog niet eens het eenvoudigste Chinese karakter kon schrijven. Over dat de “Man-test” bij hem steeds misgaat: hij tekent nog steeds op verzoek een mannetje als een prehistorische hark en kleurt niet binnen de lijntjes.

Dus ik moest begrijpen: reden tot zorg. Dat kind is drie, godbeterehet! Mijn vraag, hoe het met zijn emotionele en sociale ontwikkeling ging, werd vrijwel meteen terzijde geschoven als niet ter zake.  Ik pruttelde nog wat over het feit dat ik diep onder de indruk was hoe hij binnen vier maanden Engels had geleerd en nu nota bene ook al Chinees leerde. Het maakte geen indruk.

In dit systeem worden kinderen vanaf hun vierde een aantal keerop schoolprestaties getest, en die testbatterij maakt – zo heb ik de indruk- uit of het kind later achter een vuilniswagen zal hangen of hersenchirurg wordt. De oprechte zorg van zo’n Miss Ang is dat als Galen in dat systeem lager scoort dan zijn peers, zijn toekomst er niet al te rooskleurig uit zal zien hier. En dus volgen de kleintjes al volop “enrichment classes” om een voorsprong te krijgen, en wordt er “getutord” om achterstanden weg te werken. Dat kinderen dat niet leuk vinden, is volstrekt irrelevant. Leuk, zo zeggen ze hier, worden dingen pas als je ze beheerst. En je beheerst iets pas (lesstof, vioolspelen) als je het heel vaak oefent. En omdat kinderen de discipline om te oefenen niet uit zichzelf zullen opbrengen, is een van de belangrijkste taken van de opvoeder eindeloos te oefenen met je kinderen, of erop toe te zien dat een ander dat doet. Eerlijk gezegd zit er wel wat in, vind ik, dat competentie iets ook leuker maakt. En zie ik met enige gene dat wanneer ik lekker met Galen aan het zwemmen ben, andere moeders in ons wooncomplex aan piepkleine tafeltjes huiswerk maken. Maar methodisch heb ik er wel wat op aan te merken. Een van de effecten van de kadaverdiscipline is dat kinderen hier niet erg ontwikkeld lijken in hun kritisch zelfstandig denkvermogen. Daarover later meer.

Ik heb dat boek van die professor waar je over schrijft niet gelezen, maar wat geestig dat nou uitgerekend een Koreaan zich uitspreekt tegen dit getijger! Randy Newman zingt in zijn liedje Korean parents al: You say you need a little discipline, Someone to whip you into shape...” en dat is een treffende karakterisering van de stijl. Als teken van groot respect dragen Koreanen hier aan het begin van het schooljaar hun zweep over aan de docent van hun kinderen, waarmee ze de autoriteit – en daarmee het recht te slaan - overdragen aan de leraar.

Hier in Singapore wonen veel Koreanen, dat wil zeggen: vrouwen en kinderen, die een betere (en internationalere opleiding) hopen te krijgen – en daarmee betere carrièrekansen. In het Koreaans heten deze families Pinguïns, Ganzen, of Adelaars. Ze hebben een absente vader met elkaar gemeen, alleen de frequentie van bezoek (en dus geld en sociale status) bepaald de soort. Pinguïnvaders komen zelden, ganzen vliegen per seizoen op en neer en de hoogste status hebben de “frequent flyers”: de adelaars.

Het geeft aan hoe ongelofelijk veel waarde er in Azië wordt gehecht aan een goede opleiding. En hoezeer Singapore zich wil etaleren als Top Notch Academisch land. En dat nemen ze zeer serieus, te starten met de kleuters. Alhoewel, je struikelt hier ook over de moeders die in de metro al serieuze Flash cards met woorden en begrippen over de wiegjes van hun pasgeboren grut zwaaien. Waar ik denk: mag die fontanel eerst even dichtgroeien, denken zij dat er via het extra gat wellicht al kennis in het garnalenbreintje kan worden gegoten.

In ieder geval worden docenten hier wel op waarde geschat. Al sta ik voor weer een dilemma: morgen is het National Teachers Day en ik heb nog geen passend cadeau. Ik dacht aan chocolaatjes, maar volgens mij heeft de moeder van XuangXuang een strijkorkest geregeld. Godzijdank is dit een 24-uurseconomie!

Hoe komt het toch dat docenten in Nederland zo’n onderbetaalde klotestatus hebben?

Warms, (letterlijk)

Roosmarijn

Delhi calling Singapore (4)

Lieve Roos,

Goede vraag, over die klotestatus. Van alle onderzoeken die ik heb gelezen over ouderschap komt een aspect steeds terug: geef het goede voorbeeld. Kinderen zijn kleine Xeroxapparaatjes. Leraren zijn het tweede of derde meest belangrijke rolmodel voor een kind en dan kies je toch het liefst een exemplaar mens van hoogwaardige kwaliteit.

Want het geven van het goede voorbeeld gaat verder dan het correct plaatsen van een d of een t. Vooral de manier waarop iemand zich handhaaft in relaties en met emoties omgaat doet ertoe. Een leraar moet daarom een zekere wijsheid bezitten, emotioneel goed aangeharkt zijn en het liefst ook nog flinke dosis humor hebben - het saffraan in de opvoeding, is mijn bescheiden mening. Een soort heilige dus ja, die ook nog kan spellen en rekenen.

Wat die emoties betreft: dat is een kwestie waar ik zelf nog niet helemaal uit ben. Als Bobbie huilt op school bij het afscheid zegt haar lerares - Sonia Teacher - resoluut: ‘Don’t cry Bobbie. Be a big girl now.’ Daar gaan mijn emotioneel bevrijde nekharen onmiddellijk van overeind staan. Afleiden? Okay. Maar een kind domweg zeggen dat het moet stoppen met huilen terwijl het zich rot voelt? Dat is emotionele goelag.

Tot ik het boek van de Amerikaanse psycholoog Roy Baumeister las, Wilskracht - De herontdekking van de grootste kracht van de mens, waarin hij betoogt dat wilskracht de sleutel tot succes is. Op zich weinig opzienbarend. Maar in een interview zei hij dat dit betekent dat hij zijn dochter ook leert om niet te huilen wanneer ze honger heeft bijvoorbeeld, of als kwaad is. Ze mag die emotie wel hebben maar ze moet haar gevoel op een andere manier uiten.

Toen mijn dochter me ook nog eens rustig uitlegde dat ze zou gaan huilen als ik wegging op school, besloot ik dat een minder gevoelige houding jegens haar tranen geen gek idee zou zijn.

Ik legde haar het concept krokodillentranen uit. Neptranen. Ik vertelde haar ook dat ik het verschil kan proeven tussen echte en krokodillentranen. Echte tranen zijn zout, krokodillentranen zijn zoet. Dus wanneer ze nu huilt uit woede - omdat ze haar zin niet krijgt - proef ik haar tranen en roep ‘Aha! Krokodillentranen!’ waarna ze meestal begint te lachen, ondanks zichzelf.

Als ze niet lacht schakel ik over op een andere modus. Want of het nu tranen zijn van woede en onmacht of van verdriet en pijn, de emotie is blijkbaar te sterk en dan heeft ze steun nodig. Al verschillen de meningen daarover ook sterk. Zo zijn er mensen die zeggen dat je een peuter in het hellevuur van zijn drift moet vastpakken en troosten omdat het kind anders kopje onder gaat in de draaikolken van zijn verwarrende emoties. Maar er zijn ook deskundigen die menen dat je een kind op zo’n moment in zijn sop moet laten gaar koken zodat het zichzelf leert troosten en kalmeren.

Voor dat laatste argument ben ik gevoelig: ik denk dat veel botsingen in het grotemenselijke verkeer worden veroorzaakt doordat mensen zichzelf niet kunnen kalmeren en daarom hun gram elders halen. De gemiddelde huwelijkscrisis of kantoorvete is daarvan een levendige illustratie.

Over dat soort grote mensenellende gesproken: volgens mijn buurvrouw, een Canadese die werkt voor de UN, heeft ze nog nooit op een kantoor gewerkt waar zoveel ruzies en gedonder is als hier in Delhi - en ze heeft inmiddels heel wat uithoeken van de wereld gezien. Rechtszaken over seksuele intimidatie, brandhaarden in de familiare sfeer die overslaan naar de werkvloer, kleine en grote fitties die rond de waterkoeler worden uitgevochten. En dat terwijl de gemiddelde Indiër er uiterlijk altijd zo onbewogen uitziet. Is dat misschien de prijs die wordt betaald wanneer kinderen worden opgevoed met ‘Stop crying Mukesh!’?

Liefs,

Marte

Marte Kaan

In 2012 I founded Nomad Expat Coaching & Counseling (www.nomadexpatcoaching.com). I work mainly with expat clients, online and face to face, mostly with techniques derived from Cognitive Behavioral Therapy and Acceptance and Commitment Therapy and sometimes more experiential methods like focussing. Besides working as a psychologist I write essays and short stories. Currently I am working on my first novel. https://martekaan.wordpress.com

Singapore calling Delhi (5)

Lieve Marte,

Stel je voor: je guilty pleasure is het naakt ronddansen met een Ku Klux Clan muts op je kop, terwijl je hysterisch lachend de poepluiers van je jongste wellustig over je lichaam uitsmeert. Je bent net lekker bezig, en dan blijkt je schoonmoeder die toch al niet dol op je was (Wilma Nanninga) in de deuropening te staan. Met camera.

Je zelfbeheersing verliezen in het openbaar is hier ongeveer vergelijkbaar, qua schaamtegevoel. Je stem verheffen, laat staan een scène schoppen levert niet alleen groots gezichtsverlies voor jezelf, maar die schande straalt ook af op omstanders, zo gênant vinden ze dat hier. Ken je het concept van Losing Face? Het concept "face" lijkt een combinatie van klasse, reputatie, waardigheid en eer. Iemand "losing face" veroorzaken, is een absolute no-no. In Japan was Harakiri zelfs een aantrekkelijk alternatief. Met mijn oer-Hollandse olifantenpoten ben ik natuurlijk al veelvuldig door die porseleinkast gedenderd.

Zo stond ik laatst in een winkel waar ik hardop aan de balie vroeg aan de medewerker waarom mijn spullen niet conform afspraak afgeleverd waren. Toen de haast fluisterende en stoïcijns lachende winkelbediende een collega haalde en ik hoorde dat hij mij beschreef als “die furieuze dame met die driftaanval”, begreep ik dat dit een gevalletje “losing face” betrof. Pas na mijn uitgebreide excuses kwamen we toe aan een nieuwe leverdatum; ik had hem nooit in het openbaar zo voor het blok mogen zetten. (Overigens is dit voorbeeld niet exemplarisch, want dit land is zo rete-efficiënt, dat ik er soms bang van word).

Ook negeer ik inmiddels de routebeschrijvingen van oudere voorbijgangers die ik om de weg vraag. Na nu een keer of 20 totaal verkeerd te zijn gestuurd, ben ik erachter dat “ik heb geen idee, mevrouwtje” aan iemand die jonger is, een antwoord is waarmee je plat op je Face gaat. Dus dan maar liever lukraak iets roepen. Je moet het effe doorhebben: dan kijk je maar gewoon op Google Maps.

Nog veel pijnlijker waren mijn vragen op onze scholenzoektocht. Daar zat ik –in Nederland al geen hertje, maar naast twijgje Fong helemaal als corpulente KGB matrone- mijn vragen op haar af te vuren. Wat hun ervaring was met repatriërende kinderen. Of er speciale aandacht voor Third Culture Kids was. Haar enige antwoord was steeds: Ik heb een doctoraat in Educational Science. Nu weet ik pas hoe onsterfelijk ik haar beledigd heb door te concluderen: dus het antwoord is “nee”?

Bloedirritant enerzijds, anderzijds knappen de omgangsvormen er enorm van op, in het dagelijks sociale verkeer. Kunnen we in Nederland behoorlijk van leren.

Emoties onderdrukken is hier een vorm van zelfbeheersing, die tot Hogeschoolkunst is verheven. Het uitdrukken van gevoelens gebeurt door daden, en acties. Omdat papa zo hard werkt dat hij er alleen is om op zondag de gevulde varkensorganen te snijden, weten kinderen dat hij van ze houdt. Dat een andere kernwaarde het altijd respecteren van ouders en ouderen betreft (iets met Confucius), gaat daarmee hand in hand, want met je emotioneel verzet tegen een volwassene bega je een dubbele overtreding. Met soeplepels vol komen deze waarden in het bewuste en onderbewuste van het grut. Een gehoorzaam kind hebben is een enorm compliment aan de ouders.

Er is een definitie van cultuur die zegt dat cultuur tot uiting komt in de manier waarop problemen worden opgelost en dilemma’s worden verzoent. Het feit dat ze er bij de UN in Delhi zo’n zootje van maken, lijkt me een kwestie van wat werkt in een cultuur, gebruiken in een andere. Die daar niet op zit te wachten. Zou het niet eerder een multi-culti issue zijn, dat met die buurvrouw?

Ik denk eerder dat de consequenties van die allesoverheersende gehoorzaamheid hier grote gevolgen heeft. Kinderen hier zijn vlijtig en lopen in academisch opzicht lichtjaren voor opde Nederlandse. Ze reproduceren moeiteloos, calculeren accurater dan mijn zakjapanner, maar ze zijn niet gewend om vragen te stellen. Om zelf na te denken.

Op Galen zijn school was er een uitvoering, op zaterdagochtend. Met grote ogen keken wij hoe het mannetje samen met zijn klasgenoten een episch gedicht reciteerde, in het Chinees. Er kwam geen eind aan, wij verstonden er geen woord van, maar aan de instemmende knikjes van de Chinese ouders zagen we dat ze het kennelijk foutloos deden.

Toen nam Miss Fong het woord. “Hier op school vinden wij het heel belangrijk om kinderen kritisch te leren denken.” Daar hoorden we van op. “We moedigen de kinderen dus steeds aan vragen te stellen.” Het moest niet gekker worden!

“Kinderen”, zei ze terwijl ze met haar handen klapte. De oudste klas stapte naar voren, 14 kindjes sterk. “Miss Fong”, ging het unisono, “waarom schijnt de zon overdag en de maan ’s nachts?”. “Thank you, class”. Ze mochten terugstappen. En zo leren we ze vragen stellen, concludeerde ze tevreden.

Verstoord keken wat ouders om, omdat wij ons geproest niet konden binnenhouden.Wij vonden het hilarisch; niemand anders leek het geestig te vinden dat er nu juist het omgekeerde gebeurde. Humor. Nog zo’n ingewikkelde.

Zoen (klef: luchtvochtigheid nadert 98% vandaag)

Roosmarijn

 

ps: Dat van die zoete en zoute krokodillentranen ga ik ook invoeren! Wat me eraan doet denken dat er gisteren een Monitor Lizard door de tuin schuifelde: een soort kruising tussen een krokodil en een varaan: doodenge prehistorische monsters. Het was een kleintje, langer dan een meter kan hij niet geweest zijn. “Ach wat schattig. Mag ik hem houden?” vroeg Galen.

Delhi calling Singapore (6)

Namaste Roos,

De echo’s van dat dociele gedrag heb ik laatst aanschouwd bij een stel volwassenen. Ik volgde een cursus Basic Counseling Skills om de psycholoog in mij weer wakker te kussen. Dat Basic mag je erg letterlijk nemen, wat de cursus vooral interessant maakte was dat ik tussen de Indiërs in een klas zat. De eerste docent liet systematisch gaten in zijn zinnen liet vallen: ‘So that is why it is so .... important.’ Dat gat diende te worden opgevuld door de klas. Wat ook gebeurde, en dan viel de docent weer bij. Eerst dacht ik dat ik maken had met de afwijking van een eenling. Maar het bleek de rigueur. Het was ontluisterend om mijn medecursisten - voornamelijk hoog opgeleide. werkende vrouwen - te zien laveren tussen de rol van kritische en scherpe vragensteller en goed gedrilde scholier.

Het is soms of er twee zielen in een borst huizen. Daarvan heb ik nog een typisch voorbeeld. Tijdens een van de bijeenkomsten ging het over het belang aan te kunnen geven of je tijd en ruimte om echt naar iemand te luisteren. Het voorbeeld was een goede vriendin die belt en in een klaagzang ontsteekt wanneer je op het punt staat de deur uit te gaan voor een afspraak. Oplossing: iemand vriendelijk duidelijk maken dat het nu niet uitkomt (mits iemand in een acute crisis verkeert uiteraard) en voorstellen om op een later tijdstip te praten.

De klas knikte. Tot er een aarzelende vinger omhoog ging. Dat is misschien wel de beste manier, zei de vrouw, ze was begin dertig en HR-manager, maar dat wordt doorgaans niet gepikt door onze zusters, moeders en vriendinnen. Het is niet Indiaas. Wat dan wel? Zeggen dat je over drie minuten terugbelt, ophangen en een paar uur later, of zelfs een paar dagen later, terugbellen. Zo stoot je niemand tegen het hoofd en gaat niemand op z’n Face - zoals jij het zo prettig plastisch formuleerde.

Wanneer al het sociale verkeer gericht is op uitstel van executie kun je je voorstellen dat zich langzaam een berg frustratie ophoopt die gaat gisten en rotten. Misschien is dat wel wat mijn UN-buurvrouw meemaakt op haar kantoor. Oprah zegt het al jaren: ‘Communication, communication, communication.’

Het is gemakkelijk af te geven op deze ontwijkende omgangsvormen. Maar toen ik laatst een medeNedelander tegen het lijf liep ging het gesprek in rap tempo over stoelgangperikelen. Dat heeft voor een groot deel te maken met India: toen ik als twintiger door dit land reisde was ontlasting hoofdonderwerp van zo’n beetje elk reizigersgesprek. Het darmstelsel krijgt hier doorgaans nogal een oplawaai. Toch is het volgens mij des Hollander om er zo liederlijk beeldend over de praten.

Hamvraag bij dit alles is wat het effect is van deze mengelmoes aan sociale mores op ons kroost. Tot in hoeverre laat dat kuddegedrag een afdruk achter? Blijft het beperkt tot het slaafs in koor gaten in zinnen opvullen, of tast het ook het vermogen tot kritisch en zelfstandig denken aan?

Om eerlijk te zijn is dit voor mij op dit moment een nogal academische en theoretische vraag. Ik denk dat ik in deze fase vooral om moet passen dat het zelfstandig en kritisch vermogen van mijn kinderen - dat zich in dreumes- en kleutervorm als eigenwijsheid uit - niet de pan uit rijst. Loïs loopt vingerschuddend door het huis, en als Deepa, haar nanny, even in de keuken een glas water drinkt zegt ze: ‘No water, go outside, play.’ En Bobbie zei laatst tegen Deepa dat ze niet mee hoefde naar Amsterdam omdat daar ‘people like her’ voor haar waren.

Tot mijn opluchting omhelst Bobbie Deepa ook regelmatig en overlaadt haar dan met een regen van kusjes. Maar het feit dat ze ergens met dat bijna vierjarige brein van haar een onderscheid maakt tussen soorten mensen, is veelzeggend. Om over de inwisselbaarheid van sommige mensen nog maar te zwijgen. Er is op zichzelf niets mis met onderscheid maken in de rollen die verschillende mensen in je leven spelen. Het gaat om het gevoel van macht dat gepaard gaat met tegen iemand zeggen dat ze wel of niet mee hoeft te komen. Bovendien zijn er in Amsterdam geen ‘people like her’. En dat kan nog een hard gelag worden.

Omhelzing,

Marte

Marte Kaan

In 2012 I founded Nomad Expat Coaching & Counseling (www.nomadexpatcoaching.com). I work mainly with expat clients, online and face to face, mostly with techniques derived from Cognitive Behavioral Therapy and Acceptance and Commitment Therapy and sometimes more experiential methods like focussing. Besides working as a psychologist I write essays and short stories. Currently I am working on my first novel. https://martekaan.wordpress.com