Singapore calling Delhi (1)

Lieve Marte,

Sinds een paar weken zijn we op zoek naar een geschikte school. Dat is geen sinecure. Uiteindelijk zijn we gezwicht voor Miss Fong: “Nou, als u het dan u per se niet wilt zullen we uw kind niet slaan.” Ze vond mijn verzoek duidelijk ronduit exotisch. Ook geen mild spank? probeerde ze nog. Nee, ook geen mild spank.

Het was de zesde school die ik bezocht en ik had nog niets naar mijn zin gevonden. Googelen op het vertaalde “kinderdagverblijf” leverde niets op, omdat al snel bleek dat ook kinderen van 2 en jonger hier naar school gaan. Pre-school.

“De kinderen krijgen, zes dagen per week, 1 uur wiskunde, 1 uur Introductie in Wetenschap, 1 uur Engels en2 uur per dag Mandarijn,” vertelde de directeur van Learning Vision. Glimlachend informeerde Hans naar het laatste: “U bedoelt zeker spelenderwijs? Chinese liedjes zingen enzo?” Verontwaardigd wees de directeur erop dat het om het kerncurriculum ging, deed ons de principes van probleemgestuurd onderwijs uit de doeken en benadrukte dat het serieuze klassikale lessen waren.

Bij de Little Mindchamps – de eerste school die we bezochten - bestond de begroeting uit een soort pistool dat klikkend op onze voorhoofden werd gezet: het temperaturen van het bezoek – iets wat overigens later overal gebruikelijk bleek te zijn, wegens aanhoudende epidemieën van Mond- en Klauwzeer die gretig woekeren in de kinderparadijsjes. Nadat we onszelf vervolgens grondig ontsmet hadden met desinfecterende middelen mochten we de steriele ruimte in een enorm kantoorpark betreden, vol met baby’s en kinderen in schattige uniformpjes.

Terwijl ik langs de muur met Mission Statements, en Core Values werd geloodst vroeg ik me af hoe ze dit onze kleine chocoprins gingen bijbrengen. “I am a high order thinker”, voor een kind dat ik al niet uitgelegd krijg dat een onderbroek niet op zijn hoofd hoort, “ I am compassionate” , terwijl Galen er lustig op los timmert als een ander kindje zijn speelgoed pakt, “I am ethical”, voor een jochie dat er geen moeite mee heeft het speelautootje van de buurjongen satanisch grijnzend vol te pissen.

Ik staarde naar het weekrooster en informeerde of de kindjes geen middagslaapje deden. Stralend wees de geüniformeerde lerares me op de sectie op het dagschema waar ik kennelijk overheen had gekeken en waar ik onbedaarlijk van in de lach schoot: “rejuvenation time”. Het idee dat kinderen van een, twee en drie moesten “verjongen” amuseerde me behoorlijk, maar mijn lach werd opgevat als een aanmoediging uit te weiden over de hogere filosofie van deze school, die bepaald megalomaan te noemen is.

De Chinese moeder die op me afkwam bij de Safari Preschool was ronduit lyrisch. “Sinds mijn kind hier naar school gaat, is ze zoveel beter Chinees en Engels gaan schrijven. Daarvoor bakte ze er niets van!” zei ze. Ik informeerde naar de leeftijd van haar oogappeltje. “Al drie”, antwoordde ze en vertelde me hoe schandalig laks de vorige school was geweest. En dat die op zaterdag niet eens het volle programma aanbood.

Galen, die wat hangerig werd tijdens ons bezoek aan Learning Vision, kreeg een enorme sneer van de directeur. “Sta recht, niet hangen, mond dicht, je bent onbeleefd”, beet ze hem toe. Ik wilde haar net zeggen dat ik dat vrij onprettig vond, toen ze me een vuistdikke brochure met Academische prestaties van de peuter en kleutergroep in de hand drukte. Die moest ik maar bestuderen en dat zou me meteen overtuigen. We vertrokken.

In deze context is het fenomeen tijgermoeder beter te begrijpen. Kinderen moeten op piepjonge leeftijd al examens doen. De psychiater van een vriendin, die met zorgen over haar zoon de man consulteerde, vertrouwde haar toe dat “bijna alle” Singaporese kinderen van tien jaar Ritalin, of andere medicatie krijgen, inclusief zijn eigen zoontje. Niet vanwege gedragsproblemen, maar om de academische prestaties te vergroten. Het is dus even wennen, na de Utrechtse lieverds van De Kleine Wereld, waar Galen spelenderwijs mocht leren wat er voor hem te leren viel, naar een systeem waar veel kinderen zes dagen per week van zeven tot zeven onder de pannen zijn op school. Het was dus lang zoeken naar een plek.

“Tja, om voor ons onduidelijke redenen zijn er westerse ouders die niet eens hun kind op zaterdag willen sturen. En er zijn zelfs ouders, die niet eens volle dagen willen. Maar goed, wij moeten mee in de internationalisering, dus we zijn als school wat flexibeler aan het worden. We zijn al helemaal opgehouden dezelfde eisen te stellen aan expatkinderen als het gaat om Mandarijn, want westerse ouders schijnen daar weinig waarde aan te hechten. We begrijpen het niet, maar hebben het geaccepteerd.” Miss Fong was een oase van redelijkheid na eerdergenoemde ervaringen. Ze liet ons het sympathieke schooltje zien en we maakten kennis met de lieve Miss Ang, waar Galen bij in de klas zou kunnen komen, en Miss Ng, de lerares Chinees die al even weinig Engels spreekt als wij Mandarijn.

Hoewel Miss Fong trots vertelde dat de schoolinspectie die vorige week onaangekondigd langskwam, vooral onder de indruk was van het feit dat de kinderen keurig in het gelid naar buiten marcheerden (zijzelf zou niet misstaan in het Noord-Koreaans opperbevel), en er een hardnekkig gerucht gaat dat ze kinderen dreigt oren af te knippen en spinnen te voeren als ze niet luisteren en stilzitten, besloten we Galen toch in te schrijven. Op proef, dat wel.

Vorige week is Galen een paar uurtjes geweest. Toen ik hem ophaalde vroeg hij: “Heb ik nou Engels of Chinees geleerd vandaag?” Vanochtend dikke tranen omdat hij niet wilde. Hij begrijpt nog niemand, het gupje. En terwijl ik zichtbaar tegen mijn eigen tranen vecht, grist Miss Fong Galen uit mijn armen. “You go”, zegt ze beslist. “Stop crying, Galen.”

Het is nog even wennen.

Liefs,

Roosmarijn