Singapore calling Delhi (3)

Hee lieve Marte,

Dat huilende Chineesje had hier zeker een bij wet geregelde mep gekregen, want de suggesties dat het draait om dat ene kind is hier potsierlijk. De hele denkfout die wij maken is dat het kind een eigen wil heeft. Laat staan dat het serieus moet worden genomen. Sla de cultuurgoeroes Trompenaars of Hofstede er maar op na: Collectivisme, in tegenstelling tot het Westers hoog gewaardeerde Individualisme, is een kernwaarde. En hier in Singapore betekent dat dus ook je beste beentje voorzetten, voor Familie, Volk & Vaderland (zeker als dat Vaderland pas 47 jaar is.) Dus moet er al vroeg gesleuteld aan het snappertje van het kroost. Waar overigens, ondanks schaamteloze overheidsgestuurde en gesubsidieerde eugenetisch-ideologische fokcampagnes (wat te denken van Love Boat cruises voor hoogopgeleide singles?), te weinig van is.

Laat ik het conflict demonstreren met deze alledaagse culture-clash. Miss Ang belde. Het was tijd voor onze parent-teacher meeting, en er waren wat zorgen omtrent de ontwikkeling van Galen. Ik schrok me de pleuris. Was het ventje ongelukkig? Brak de taalbarrière hem op? Werd hij gepest? Op vrijdag kreeg ik een kloek rapport mee, qua omvang die van een willekeurige Tolstoj, ter voorbereiding op het gesprek op maandag. Ik dronk mijzelf alvast een glaasje moed in, en een tweede voor de geanticipeerde schrik en zette mij aan het lezen. Binnen twee minuten zat ik verbijsterd, en schaterend door de eindeloze rij toetsen te bladeren.

Tijdens het gesprek deed ik mijn best om de aanhoudend fronsende Miss Ang te evenaren in serieusheid. Over hoe Galen nauwelijks zelfstandig instructies kon volgen, in het Mandarijn. Over hoe hij nog niet eens het eenvoudigste Chinese karakter kon schrijven. Over dat de “Man-test” bij hem steeds misgaat: hij tekent nog steeds op verzoek een mannetje als een prehistorische hark en kleurt niet binnen de lijntjes.

Dus ik moest begrijpen: reden tot zorg. Dat kind is drie, godbeterehet! Mijn vraag, hoe het met zijn emotionele en sociale ontwikkeling ging, werd vrijwel meteen terzijde geschoven als niet ter zake.  Ik pruttelde nog wat over het feit dat ik diep onder de indruk was hoe hij binnen vier maanden Engels had geleerd en nu nota bene ook al Chinees leerde. Het maakte geen indruk.

In dit systeem worden kinderen vanaf hun vierde een aantal keerop schoolprestaties getest, en die testbatterij maakt – zo heb ik de indruk- uit of het kind later achter een vuilniswagen zal hangen of hersenchirurg wordt. De oprechte zorg van zo’n Miss Ang is dat als Galen in dat systeem lager scoort dan zijn peers, zijn toekomst er niet al te rooskleurig uit zal zien hier. En dus volgen de kleintjes al volop “enrichment classes” om een voorsprong te krijgen, en wordt er “getutord” om achterstanden weg te werken. Dat kinderen dat niet leuk vinden, is volstrekt irrelevant. Leuk, zo zeggen ze hier, worden dingen pas als je ze beheerst. En je beheerst iets pas (lesstof, vioolspelen) als je het heel vaak oefent. En omdat kinderen de discipline om te oefenen niet uit zichzelf zullen opbrengen, is een van de belangrijkste taken van de opvoeder eindeloos te oefenen met je kinderen, of erop toe te zien dat een ander dat doet. Eerlijk gezegd zit er wel wat in, vind ik, dat competentie iets ook leuker maakt. En zie ik met enige gene dat wanneer ik lekker met Galen aan het zwemmen ben, andere moeders in ons wooncomplex aan piepkleine tafeltjes huiswerk maken. Maar methodisch heb ik er wel wat op aan te merken. Een van de effecten van de kadaverdiscipline is dat kinderen hier niet erg ontwikkeld lijken in hun kritisch zelfstandig denkvermogen. Daarover later meer.

Ik heb dat boek van die professor waar je over schrijft niet gelezen, maar wat geestig dat nou uitgerekend een Koreaan zich uitspreekt tegen dit getijger! Randy Newman zingt in zijn liedje Korean parents al: You say you need a little discipline, Someone to whip you into shape...” en dat is een treffende karakterisering van de stijl. Als teken van groot respect dragen Koreanen hier aan het begin van het schooljaar hun zweep over aan de docent van hun kinderen, waarmee ze de autoriteit – en daarmee het recht te slaan - overdragen aan de leraar.

Hier in Singapore wonen veel Koreanen, dat wil zeggen: vrouwen en kinderen, die een betere (en internationalere opleiding) hopen te krijgen – en daarmee betere carrièrekansen. In het Koreaans heten deze families Pinguïns, Ganzen, of Adelaars. Ze hebben een absente vader met elkaar gemeen, alleen de frequentie van bezoek (en dus geld en sociale status) bepaald de soort. Pinguïnvaders komen zelden, ganzen vliegen per seizoen op en neer en de hoogste status hebben de “frequent flyers”: de adelaars.

Het geeft aan hoe ongelofelijk veel waarde er in Azië wordt gehecht aan een goede opleiding. En hoezeer Singapore zich wil etaleren als Top Notch Academisch land. En dat nemen ze zeer serieus, te starten met de kleuters. Alhoewel, je struikelt hier ook over de moeders die in de metro al serieuze Flash cards met woorden en begrippen over de wiegjes van hun pasgeboren grut zwaaien. Waar ik denk: mag die fontanel eerst even dichtgroeien, denken zij dat er via het extra gat wellicht al kennis in het garnalenbreintje kan worden gegoten.

In ieder geval worden docenten hier wel op waarde geschat. Al sta ik voor weer een dilemma: morgen is het National Teachers Day en ik heb nog geen passend cadeau. Ik dacht aan chocolaatjes, maar volgens mij heeft de moeder van XuangXuang een strijkorkest geregeld. Godzijdank is dit een 24-uurseconomie!

Hoe komt het toch dat docenten in Nederland zo’n onderbetaalde klotestatus hebben?

Warms, (letterlijk)

Roosmarijn