Mind the gap!

STAP 1.
Elke ochtend word ik om 6:30 wakker, snooze ik voor 9 veel te korte minuten, overweeg ik me ziek te melden, sta ik toch maar op, brouw ik een kop sterke thee met melk, hurk ik onder de veel te laag hangende douche, smeer ik 87 verjongende zalfjes op m’n gezicht, strijk ik de voorkant van m’n overhemd (de achterkant zit toch onder m’n jasje dus who cares), prop ik een partij komkommers en wortels in m’n broodtrommel, poets ik m’n tanden terwijl ik op de wc zit, weeg ik me, huil ik een beetje, trek ik m’n jas aan en om precies 7:38 stap ik de deur uit.

STAP 2.
Op weg naar Dalston Kingsland (klinkt als een havenstad in Game of Thrones, is helaas gewoon een station in Hackney) passeer ik om 7:41 ter hoogte van Time Square (haha) een boos Afrikaans besje, en ik glimlach vriendelijk in de hoop dat ze deze ochtend wèl een teken van herkenning geeft waarna we beste vrienden zullen worden en ik haar mijn Angry Nubian Granny mag noemen en zij mij haar White Gay Grandson I Never Had.

2 seconden later snelwandel ik teleurgesteld door, de markt op. De markt is een obstakel. Ik loop met een bescheiden 45km per uur de gevarenzone in, me bevallig door de opbouwende kooplui manoeuvrerend, constant in gedachten houdend dat ik me op hun terrein begeef dus dat als er iemand moet wijken, ik het ben, maar tegelijkertijd volhardend in het feit dat ik er geen stap langzamer om lopen zal. Dit houd me niet tegen de knappe bebaarde Noord-Afrikaan (? Midden-Oosterling?) met z’n meloenenkraampje even uit te checken. Hij zou me ongetwijfeld van een hoog gebouw werpen als ik een seconde te lang zou kijken maar ik maak me geen zorgen want er zijn steekwagentjes te ontwijken dus ik ben allang door gejakkerd.

Nadat ik de markt achter me laat is het een kwestie van Kingsland Road oversteken. Het station ligt als een lichtend baken recht tegenover me. So close, yet so far away. Rechts van mij staat een vrachtwagen, waardoor ik het aankomende verkeer niet kan zien. En hier in Dalston, met op elke straathoek een hipster fietsenverkoper slash koffieshop slash knitware-winkel, zijn het met name de fietsers waar ik voor op moet passen. Deze fietsers komen met een rotgang van het hoger liggende Stoke Newington geracet en ik heb al menig onoplettend Londenaar van z’n sokjes gereden zien worden. Dus ik wacht af tot iemand anders aan m’n rechterzijde oversteekt en gebruik de ongelukkige als een levend schild. Ik ren het station in, erger me aan iemand voor me die niet door de poortjes komt, wurm mezelf de andere rij in, houd m’n Oystercard tegen de lezer, stap door de poortjes, en stipt 7:45 loop ik perron 1 op.

STAP 3.
Ik heb 3 minuten voordat de Overground trein richting Richmond aankomt. Het perron is al goed gevuld, en ik baan me een weg door mijn mede-forensen, die allemaal even zielloos, halfslapend voor zich uit staan te staren. Maar ik weet beter. Deze mensen staan niet te slapen, ze staan zich stuk voor stuk voor te bereiden op de battle die komen gaat. Dit zijn de mensen waartegen ik over 3 minuten een strijd zal leveren om koste wat het kost de trein in te komen. Ik vind mijn plek aan het rechteruiteinde van het perron en begin net als zij te visualiseren hoe ik mijn plekje in de trein zal gaan bemachtigen.

Om 7:48 wordt er omgeroepen “good morning ladies and gentlemen, the train now approaching platform 1 is the Overground service to Richmond. Please stay well behind the yellow line until the train has come to a complete standstill, and let your fellow passengers off the train first. This is a 5 car service to Richmond, have a nice day.”

Degene die wacht tot de trein tot een complete standstill is gekomen voordat hij of zij voor de gele lijn gaat staan is een amateur. Iedereen propt zich naar de rand van het perron en schuifelt naar links en naar rechts, uitrekenend waar de deur ongeveer zal stoppen. Dit is een kwestie van the survival of the fittest. Redden wie zich redden kan. Dat oude mannetje met z’n wandelstok? He can suck it. Dat meisje met de vrolijke roos in haar haar? Nope. You gonna die bitch. Komt bij dat deze twee types de ergsten zijn van allemaal. Met hun geveinsde onschuld. I will break you. I. Will. Break. You. Terwijl er 3 mensen uit de overvolle trein proberen te komen, proppen wij ons er met z’n 10en in. Een doodstille strijd van zo’n 20 seconden ontvouwt zich. Totale concentratie. Niemand praat, niemand zucht of steunt, we zoeken allemaal onze vierkante centimeter. Als de deuren sluiten vallen er zo’n 2 a 3 mensen af die zich beteuterd terug op het perron laten vallen, terwijl wij, the conquering heroes, opgelucht adem halen.

STAP 4.
Ik overdrijf. Van opgelucht adem halen kan er geen sprake zijn want daar is helemaal geen plek voor. In mijn oksel staat een meisje haar make up te doen (respect) terwijl mijn neus zachtjes de wang van de man tegenover me raakt. Niemand ademt. Niemand praat. Niemand kijkt. Verderop in het coupé heeft iemand z’n iPod veel te hard staan. Niemand kijkt. Er wordt glazig gestaard, maar niemand kijkt. Ik staar dus glazig naar de kaart van The London Overground. Peckham Rye. Penge West. Tufnell Park. Mayor of London.

Als ik heel even naar rechts kijk zie ik de blonde jongen die ik Tommy noem. Hij draagt de laatste tijd een beanie die hem niet staat. Maakt niet uit, ik ben blij dat hij er is, net als elke ochtend. Geruststellend. Bij Canonbury ontstaat er weer wat geschuifel terwijl er nog wat meer mensen bij proberen te komen, en ik pas gelaten mijn positie aan en dat doet Tommy ook. Het meisje met de make up kan haar arm niet meer naar beneden bewegen. Haar kwastje blijft roerloos tegen haar jukbeen gedrukt terwijl ze glazig voor zich uit staart. Om 7:53 wordt er omgeroepen “The next station is Highbury and Islington. Change here London Overground to Clapham Junction, Crystal Palace, West Croydon and New Cross; Victoria Line and National Rail, please make sure you take all your belongings with you when you leave the train.” Mijn mede-passagiers en ik maken ons op voor de volgende strijd.

STAP 5.
Het strijdgewoel begint al lang voordat de trein tot stilstand is gekomen. Terwijl iedereen weet dat iedereen hier uit gaat stappen kunnen mensen, met name de wat kleineren, het niet laten zich al richting de deuren te proberen te bewegen. Ik zeg proberen, want we staan in een vacuüm, dus hun actie resulteert alleen in een beetje op en neer geschuifel maar niemand schiet er een centimeter mee op. Als de deuren geopend zijn bewegen wij ons als een trage massa dikke stront de trein uit, maar zodra we voet op het open perron hebben gezet wordt de pas er in gezet.

Tommy en ik zijn hier goed in. We bewegen ons met een noodvaart sierlijk tussen de mensenmassa door. Hij haalt me in bij de trap, ik heb niet goed vooruit gekeken en wordt opeens opgehouden door iemand met een rolkoffer. Gelukkig heeft hij pech als de massa van perron 1 ons pad kruist. Terwijl ik er duikend en springend doorheen weet te dansen, raakt Tommy uit sync met onze tegenliggers waardoor hij weer achter raakt. Ik manoeuvreer me de rij voor de roltrap naar de ondergrondse in en samen met zo’n 6000 anderen ren ik naar beneden. Tommy is vlak achter me. Onderaan de roltrap aangekomen wordt de snelheid nog een tikkie opgeschroeft.

Terwijl Tommy en ik de tunnel in hollen hoor ik achter me iemand vallen. Een meisje en haar koffer komen voorbij gegleden en in één beweging, zonder vaart te verliezen grijp ik haar bij de arm en trek ik haar omhoog. “Are you okay?” Ik wacht niet eens op antwoord. We rennen nog een trap af,  nog een tunnel door, weer een trap af en dan het perron van de Southbound Victoria Line richting Brixton op. De trein staat al klaar en iedereen probeert zich bij de dichtstbijzijnde deur naar binnen te proppen, maar Tommy en ik lopen door, ons dit keer tegen de stroom inwerkend van de mensen die het perron juist af proberen te komen. Tommy stapt ongeveer halverwege de trein in, net als de deuren beginnen te sluiten. Ik loop door, want ik kan het me prima permitteren deze te missen. De volgende staat al in de tunnel te wachten en die zal een stuk leger zijn. Op een dag zal ik dit aan Tommy vertellen. Misschien wel op ons huwelijk.

STAP 6.
7:58: “Mind the closing doors, miiiind the doors please.” Ik grijp een handvat en zie hoe een man in z’n hand niest en dan ook een handvat pakt. Ik laat m’n handvat weer los en besluit te vertrouwen op m’n evenwichtsgevoel. Bij King’s Cross St’ Pancras stappen er 2 mensen uit en 10 mensen in, bij Euston stapt er niemand uit, maar pogen nog 7 mensen een plaats op ons overvolle treintje te veroveren. Als hier een bom afgaat. Ik kijk naar de mensen om me heen en stel me voor met wie ik zou sterven als dat zou gebeuren. Om 8:09 stap ik bij Warren Street uit en voeg ik me bij de meute die uit allerlei andere tunnels onderaan de roltrap bij elkaar komt. Met een slakkengangetje schuifelen we twee roltrappen op, richting buitenlucht en open wegen en koelte.

STAP 7.
Eenmaal buiten wandel ik door het prachtige Fitzrovia langs de BT-Tower naar m’n werk in Newman Street bij Oxford Street. Ik adem de frisse smog met diepe teugen in en ik zing zachtjes mee met het muziekje op m’n iPad. Om 8:18 loop ik het lege kantoor in, trek ik m’n jas uit, doe ik de lichten aan, brouw ik een kop sterke thee met melk, zet ik m’n computer aan, doe ik m’n OCD dingetje waarbij ik alles op m’n bureau recht zet, en check ik m’n Facebook. De dag kan beginnen.